Baby (0 -1 jaar) |
![]() Van liggen naar kruipenEerst kan je baby alleen nog maar liggen. Op een gegeven moment zal hij zich steeds vaker omdraaien op zijn buik. Dan begint het opdrukken en ziet je kind de wereld opeens vanuit een hele andere hoek. Door het verzetten van de armpjes leert de baby dat hij op die manier kan kruipen. Soms eerst langzaam achteruit, en later heel snel vooruit! Het hoofdje van je baby is nu nog redelijk groot in vergelijking met de rest van zijn lichaam, hierdoor kan hij snel zijn evenwicht verliezen bij het kruipen. Prijs je baby bij elke eerste nieuwe stap die hij onderneemt. Spelletjes en bewegingSpeel spelletjes met je baby waarbij hij zijn lichaampje moet gebruiken, zoals ‘klap eens in je handjes’. Laat hem zelf eten, zodat hij leert hoe hij een lepel of vork kan oppakken om er iets mee richting zijn mond te bewegen. Zet speeltjes net buiten zijn bereik en geef ze als hij erom vraagt. Laat oorzaak en gevolg zien; duw een stapel blokjes om en zeg ‘alles valt om’. Aanwijzen en benoemenBekijk samen met je baby boeken met plaatjes. Pak de hand van je baby en wijs iets aan, vertel wat het is en herhaal dit. Of wijs bijvoorbeeld op je neus en zeg ‘dit is mama’s neus’. Breng zijn vinger naar zijn neus en zeg ‘dit is Tommy’s neus’. |